Date:September 30, 2025

Met alleen de rede redt Europa het niet

In de tijd van de Verlichting ontstond het idee dat de menselijke rede voldoende zou zijn om een rechtvaardige, vreedzame en harmonieuze samenleving te bouwen. De universele waarden van vrijheid, gelijkheid en vooruitgang leken een solide alternatief te bieden voor het religieuze wereldbeeld. God werd overbodig verklaard. De mens zou zelf wel richting geven aan de geschiedenis. Maar de moderniteit leert ons dat dit vertrouwen in de rede niet zonder risico’s is.

De twintigste eeuw liet zien dat pogingen om religie te vervangen door ideologie niet leidden tot bevrijding, maar juist tot nieuwe vormen van onderdrukking. Het marxisme begon als een rationeel en wetenschappelijk project, maar veranderde in de Sovjet-Unie in een seculiere pseudoreligie. Marx werd een soort profeet, het communisme een eschatologische heilsleer, en wie niet meeging in het systeem, werd uitgestoten, opgesloten of uit de weg geruimd. De ‘kritiek op religie’ eindigde in een systeem dat zelf elke kritiek onmogelijk maakte.

Ook het nationaalsocialisme presenteerde zich als alternatief voor religie, zij het niet als een rationeel alternatief. Het was geworteld in mythische beelden van bloed, bodem en ras. Waar transcendente morele kaders ontbreken, wordt het gevaar reëel dat ideologie ontaardt in ontmenselijking. Na deze ideologische ontsporingen volgde een ander soort kritiek: die van het postmodernisme. Waar de Verlichting de rede als universeel presenteerde, legden postmoderne denkers bloot hoe deze universele claims in de praktijk vaak Westers, mannelijk of koloniaal bleken. Wat begon als legitieme kritiek op macht en uitsluiting, eindigde in diep wantrouwen jegens elke vorm van waarheid. Objectieve moraal maakte plaats voor subjectieve ervaring, gedeelde waarden voor moreel relativisme.

Maar Europa is méér dan een interne markt of geografische ruimte. Het wil een waardengemeenschap zijn. Het seculier humanisme, dat trachtte de mens los van God als fundament te nemen, blijkt voor velen te kil en onpersoonlijk. Het biedt mensenrechten, autonomie en gelijkheid, maar mist rituelen, gemeenschap, vergeving en hoop. Het worstelt met vragen die religie eeuwenlang beantwoordde: waarom zijn wij hier, wat is goed leven, en waar vinden we troost?

Een beschaving kan niet drijven op principes zonder metafysische diepgang. Mensenrechten en menselijke waardigheid vereisen een fundament dat niet elk moment door de tijdgeest ondermijnd kan worden. In de bijbelse traditie wordt de mens gezien als beelddrager van God,  een diepe legitimatie van menselijke waardigheid.. Zonder dat fundament dreigen zelfs de nobelste idealen leeg te raken. Mensen verlangen niet alleen naar redelijkheid, maar naar betekenis, verbondenheid en transcendentie. Ze willen deel zijn van een groter verhaal, het herstel van mens en wereld. Abstracte systemen, hoe rationeel ook, bieden geen thuis. Wie God uit het publieke leven weghaalt, creëert een leegte die al snel wordt opgevuld: door de staat, de markt, het ras, de ideologie. Soms met quasi-religieuze trekken, maar altijd zonder genade.

Zelfs het liberale systeem, gebouwd op vrijheid en tolerantie, is niet immuun. In naam van gelijkheid en inclusie worden vandaag soms vrijheden beperkt. Liberalen die opschuiven richting postliberalisme, verliezen dikwijls hun verdraagzaamheid. Het lijkt erop dat ook zij niet zonder een hoger moreel kompas kunnen.

God blijkt dus niet zo gemakkelijk te vervangen, niet door de rede, niet door ideologie, en ook niet door seculier humanisme. Misschien is het tijd om opnieuw na te denken over de wortels van de Europese beschaving. Niet om terug te keren naar een heilige publieke ruimte, maar om ruimte te maken voor een herbronning bij een vorm van christelijk humanisme: waarin geloof, rede en menselijkheid geen tegenpolen zijn, maar partners in het zoeken naar waarheid en vrede.

Amsterdam, 30 september 2025

Jan Willem Sap

Voorzitter VDE

Use Facebook to Comment on this Post