Date:September 16, 2026

Europa moet van crisismanagement naar preventieve veiligheid

Koning Willem-Alexander sprak in de Troonrede van 2026: ‘Het is volkomen logisch dat mensen zich afvragen: in welke wereld groeien mijn kinderen en kleinkinderen op? … Als grootmachten primair kiezen voor het eigenbelang, moet Nederland nog meer samenwerken met bestaande en nieuwe partners. Door onafhankelijker te worden, denk aan de energievoorziening of grondstoffen, bouwen we aan een positie van kracht’. De afgelopen jaren zijn de Europese landen inderdaad in een meer onveilige internationale omgeving terechtgekomen. Het aantal gewapende conflicten neemt toe en de oorlog in Oekraïne heeft laten zien dat een grote oorlog op Europese bodem geen theoretisch scenario meer is. Ook de houding van de grootmachten, waaronder Rusland en de Verenigde Staten van Amerika, heeft gevolgen voor de internationale veiligheidsorde. Minder regels, meer machtspolitiek en meer autoritarisme is aan de orde van de dag. Als de grootmachten, permanente leden van de VN-Veiligheidsraad, de orde steeds meer gaan verstoren, zullen ook kleine landen vaker wapens gaan inzetten.

In de Troonrede kwam ook naar voren dat het kabinet-Jetten komt met voorstellen zodat inlichtingendiensten burgers en bedrijven beter kunnen bescheren tegen cyberaanvallen, desinformatie en terrorisme. De Russische invasie van Oekraïne in februari 2022 heeft wel laten zien dat goede inlichtingen op zichzelf niet automatisch leiden tot voldoende voorbereiding. Westerse inlichtingendiensten waarschuwden vooraf voor een mogelijke Russische aanval. Maar de Europese regeringen reageerden na de Russische inval vooral ‘verbaasd’. Zij bleken totaal niet voorbereid op een langdurige oorlog. Al het geld uitgegeven aan adviezen had blijkbaar weinig opgeleverd. Daarmee kwam in Europa een groot probleem van gebrek aan preventief en middellangetermijnbeleid aan het licht.

Politici praten over vergezichten enerzijds en noodsituaties anderzijds. Dit gepraat gaat in de praktijk vaak ten koste van het ontwikkelen en uitvoeren van beleid voor de middellange termijn. Politici richten zich graag op een crisis, de acute noodsituatie. Daarom worden problemen snel tot crisis gebombardeerd (Euro, Covid, migratie, stikstof, woningen etc.). Wanneer een crisis eenmaal daar is en het probleem vervolgens als zodanig wordt geframed, dan geeft dat bewindspersonen de mogelijkheid om vervolgens daadkrachtig en zichtbaar op te treden. Voorlichters en de media bevorderen bedoeld en onbedoeld deze praktijk. Voor politici kan hard roepen over een crisis stemmen opleveren. Politici kunnen er zelfs belang bij hebben dat een crisis lang blijft bestaan en juist niet wordt opgelost, omdat het harde roepen angstige burgers raakt met tijdelijke electorale successen als resultaat. Veel belangrijker, maar minder zichtbaar, kan echter zijn wat in de jaren daarvoor is opgebouwd (onderzeeboten) of juist is afgebroken (verkoop van tanks). Europese landen, waaronder Nederland, zouden veel systematischer moeten investeren in strategische weerbaarheid. Dat betekent niet alleen hogere defensie-uitgaven, maar ook voldoende productiecapaciteit voor munitie en militair materieel, militaire transportmogelijkheden, bescherming van kritieke infrastructuur, strategische energievoorraden en minder afhankelijkheid van kwetsbare buitenlandse toeleveringsketens.

Dit vereist een mentaliteitsverandering. Daarbij is zowel langetermijnplanning als middellange termijn planning noodzakelijk: vijf jaar, tien jaar, vijftien jaar etc. Welke industriële capaciteit moet Europa kunnen opschalen wanneer een conflict langdurig wordt? Hoeveel energie en essentiële grondstoffen moeten beschikbaar zijn bij ernstige verstoringen? Kunnen spoorwegen, havens en wegen snel voor militaire logistiek worden ingezet? Welke vitale voorzieningen moeten blijven functioneren wanneer Europa met meerdere crises tegelijkertijd wordt geconfronteerd? Preventief veiligheidsbeleid voor de stabiliteit levert politici minder zichtbare resultaten op dan crisismanagement dat kansen biedt om goedkoop te scoren. Wanneer een goede voorbereiding voorkomt dat een crisis ontstaat of escaleert, is het succes ervan immers nauwelijks zichtbaar. Toch is juist preventief handelen en voorbereiden essentieel. Europese landen, waaronder Nederland, dienen veiligheid niet als een reeks afzonderlijke crises te benaderen. Er is behoefte aan een permanent strategisch beleid waarin defensie, industrie, energie, infrastructuur, technologie en civiele bescherming met elkaar worden verbonden. Alleen maar wachten op de volgende crisis is niet raadzaam. Beter is het uitvoeren van de opbouw van capaciteit die nodig is voordat een crisis ontstaat. Dat moet het uitgangspunt worden van het Europese veiligheidsbeleid. Bij staatsmannen en staatsvrouwen gaat het niet zozeer om de volgende verkiezingen, maar om de volgende generaties. Als dat goed wordt uitgelegd zullen de burgers zulke bewindspersonen meer gaan waarderen, ook tijdens de verkiezingen.

Amsterdam, 16 september 2026

Jan Willem Sap

Voorzitter VDE

 

Use Facebook to Comment on this Post