Date:November 10, 2016

De geschiedenis herhaalt zich wederom – Lukas Kevnerd

Dit artikel maakt onderdeel uit van een serie artikelen die over Turkije, gelet op de huidige Europese relevantie, door Lukas Kevnerd en Patrick van Rutten geschreven zullen worden.

Het is een grijze ochtend als de 11-jarige Emre op 10 oktober wakker wordt. Zijn ouders zitten gespannen voor de televisie. Blijkens het laatste nieuws zijn 17 Turkse soldaten het slachtoffer geworden van een bloederige aanslag – de zogenoemde ‘Hakkari clash’ – die door de PKK werd opgeëist. ‘Komt het ooit nog goed, mama?’ De woorden waren nog niet uitgesproken toen zijn ouderlijke huis werd bestormd en ontruimd omdat zijn ouders verdacht werden van publiekelijke ondersteuning van het terroristische gedachtegoed van de PKK. Helaas overleefden Emre en zijn ouders de inval niet.

Eenvormigheid en uniformiteit; twee kernbegrippen die leidend zijn bij een grondige bestudering van de geschiedenis van het huidige Turkije. Reeds onder het regime van Mustafa Kemal Attatürk, fungeerden eenvormigheid en uniformiteit als ankerpunt. In een land dat bestond uit tal van minderheden – onder meer: Bulgaren, Bosniërs, Koerden, Joden, Armeniërs, Lazen, Grieken en Georgiërs –  diende men ter realisatie van een homogene staat, diens etnische achtergrond overboord te gooien om nadien als ‘Turk’ door het leven te gaan. Feitelijk dus een geforceerde unificatie, waarmee eenheid bewerkstelligd zou worden.

Bij eenvormigheid hoort eveneens een gemeenschappelijke taal. Krachtens de toenmalige grondwet, behoorde het spreken van de Turkse taal tot de belangrijkste culturele eigenschappen om als ‘Turk’ te kunnen worden aangemerkt. Op die wijze werd een cocktail gecreëerd die nationalisme en sterke etnische verbondenheid teweegbracht. Een groot verschil met het Ottomaanse rijk, dat als ‘multi-etnisch’ gecategoriseerd kon worden en waarbinnen verschillende bevolkingsgroepen in beginsel vreedzaam samenleefden. De moslim ‘millet’ genoot weliswaar een hogere status dan de Christelijke en Joodse ‘dhimmi’, maar van geweld was – ondanks het verschil in status – in beginsel geen sprake.  Het plan van Attatürk was goed bedacht, het resulteerde immers in het feit dat alle neuzen – ondanks de verschillende achtergronden – dezelfde kant op wezen. Of leek dat slechts zo?

Drie volkeren werden in de loop der jaren relatief opstandig; de Armeniërs, de Joden en de Koerden. Zij weigerden hun eigen identiteit overboord te gooien, hun geschiedenis te vergeten en zich op deze manier te conformeren aan het Turkse ideaal.

Ten aanzien van de Koerden besloot de Turkse staat enkele verboden in te voeren. Het publiekelijk spreken van de Koerdische taal werd verboden en het bestaan van de Koerdische etniciteit werd ontkend. De bevolkingsgroep werd gecategoriseerd als ‘Bergturk’. De naam ‘Koerd’ vloeide volgens de toentertijd geldende theorie namelijk voort uit het feit dat het in de bergen vaak sneeuwde. Als de ‘Bergturk’ een wandeling maakte, kraakte de sneeuw onder diens schoenen dusdanig, dat het geluid deed denken aan het woord ‘Koerd’.

Dit leidde er echter toe dat er – onbewust – sterke nationalistische gevoelens aan werden gewakkerd bij de onderdrukte Koerdische minderheid, hetgeen in 1978 in de totstandkoming van de PKK resulteerde; een organisatie die middels geweld en aanslagen van terroristische aard het tij trachtte te keren en voor een onafhankelijke Koerdische staat stond.

De opstandige houding van de Armeniërs vloeide voort uit de – door meerdere landen erkende – Armeense genocide, die plaatsvond gedurende en na de Eerste Wereldoorlog. Deze genocide werd in Turkije slechts als ‘kwestie’ beschouwd en in het ergste geval werd het plaatsvinden van deze gebeurtenis zelfs ontkend.

Voor de Joodse minderheden gold dat het gros gedurende de totstandkoming van de staat Israël, de mogelijkheid zag om te vluchten.

Een flinke sprong voorwaarts met een spreekwoordelijke ‘tijdmachine’ brengt ons bij Tayyip Recep Erdogan, een democratisch verkozen leider die ten dele een ommekeer trachtte te bewerkstelligen. Zijn partij, de AKP, staat voor ‘democratie, pluralisme, vrijheid en mensenrechten’. Voorts tracht hij een betere verhouding met de EU – waaronder een daadwerkelijk lidmaatschap – voor Turkije te realiseren. Ook voor de minderheden werd in beginsel veel gedaan.

Turkije leek steeds humaner te worden, maar sinds 2015 – en met name na de mislukte coup die recentelijk plaatsvond – is alles in een rap tempo achteruitgegaan. De laatste maand vormt echter een waar dieptepunt. Binnen korte tijd werden leiders van de pro-Koerdische partij – HDP – gearresteerd, ruim 11.000 leraren werden tijdelijk geschorst en de vernieling van Diyarbakir gaat onverminderd door. Op tal van plaatsen in de stad zijn politieposten geplaatst en gepantserde politievoertuigen maken deel uit van het algehele straatbeeld. Hoewel, ‘straatbeeld’ is wellicht niet de juiste term. Grote delen van de stad zijn reeds verwoest door het Turkse leger. Reden genoeg voor het ministerie van Buitenlandse Zaken in Nederland, om code rood uit te roepen over het gebied.  Erdogan stelt dat de acties tweeledig van aard zijn: enerzijds ter bescherming van de Turkse grenzen, anderzijds ter bestrijding van terrorisme.

Het is evident dat er grenzen worden overschreden, primair echter door Erdogan zelf. De vele leraren, partijvertegenwoordigers en burgers waar reeds aan is gerefereerd, trachten juist een onderdeel te zijn van de moderne Turkse maatschappij. Hun hoedanigheid geeft daar impliciet blijk van, maar belangrijker: er is geen wettig/concreet bewijs dat hun zienswijze valt onder de noemer ‘terroristische gedachtegoed’. Het grootste probleem is echter dat geweld en onderdrukking voor een herhaling van de geschiedenis zullen zorgen. Zoals in het bovenstaande reeds is uiteengezet, resulteerde de onderdrukking van minderheden in de creatie van sterke nationalistische gevoelens. Nationalisme aan Turkse zijde resulteerde in die context dus in tegengas middels evenveel nationalisme bij de benadeelde Koerdische minderheid. De huidige operatie van Erdogan, zal wederom een teken zijn dat een vreedzame samenleving niet tot de mogelijkheden behoort. In dat opzicht zal het in de inleiding geschetste beeld van Emre, eveneens gelden voor kinderen in het Oostelijke deel van Turkije anno 2016.

De basisprincipes waar de AKP voor staat, worden momenteel dan ook absoluut niet uitgedragen. Dat geldt uiteraard des te meer voor de principes van de EU; het begrip rechtsstaat staat flink onder druk en aan enkele benodigde beginselen wordt mijns inziens al niet voldaan. Het recentelijk gepubliceerde rapport van de Europese Commissie is logischerwijs dan ook niet mild. Idealiter zouden de Turken en andere in Turkije woonachtige etnische bevolkingsgroepen vreedzaam met elkaar samenleven en elkaar de ruimte geven. Een feitelijke doorontwikkeling van het regime gedurende het Ottomaanse rijk. Thans lijkt een dergelijk scenario helaas een utopie. De bevolkingsgroepen moeten weer voldoen aan de door Turkije opgelegde standaard en de neuzen worden weer één kant op geforceerd. De geschiedenis, en alle gevolgen van dien, herhaalt zich wederom.

 

Lukas Kevnerd

10 november 2016

Use Facebook to Comment on this Post